Je ziet niet altijd direct dat de ontwikkeling niet volgens het boekje verloopt. Een kind kan ook gewoon wat rustiger zijn, of een pittig temperament hebben. Soms is het goed om even af te wachten en komt het vanzelf.
Een kind wat niet kruipt maar zich op de billen voortschuift, is slim genoeg om te compenseren. Dat dit kind door niet te kruipen belangrijke zenuwverbindingen niet ontwikkelt, daar kom je pas later achter. Er is een reden voor dat het kruipen op de gangbare manier niet lukt (vaak zijn STNR en/of Babinski nog actief) .
Later, op school, kan dan blijken dat het leren lastig gaat, of dat er verschijnselen zijn van dyslexie. Er zijn uitdagingen. Als de STNR nog actief is kan dit gevolgen hebben voor de visuele ontwikkeling en vindt een kind het lastig om op een stoel te zitten. Eigenlijk is het kind nog niet schoolrijp. Dan kom je in een vicueuze cirkel terecht waarbij er gekeken wordt naar wat een kind nog niet kan. Daar moet dan meer op geoefend maken. Kilometers maken, noemen ze dat. Soms werkt dat, maar vaak niet.
Puzzel
Vaak zijn er al veel paden bewandeld, veel dingen geprobeerd. Iedere specialist kijkt naar zijn eigen vakgebied en doet zijn best uit te vinden wat er aan de hand is…..
Soms is het beter om een stapje terug te doen en naar de hele mens te kijken. Het een puzzel om uit te vinden wat er aan de hand is. Vaak is het een combinatie van factoren.

Voeding
Een belangrijk onderdeel om mee te nemen is voeding. Bij het integreren van reflexen worden de zenuwbanen bekleed met myeline. Dit maakt de zenuwbaan sneller en beter begaanbaar. Zodra er voldoende myeline is aangebracht is een reflex geïntegreerd.
Voor de opbouw van de myelineschede is het belangrijk dat de juiste grondstoffen aanwezig zijn.
Je kunt er hier verder over lezen.